Bob den Otter Living Omnimedia, inc.
When Holland wants to learn how to
MAKE the perfect blog entry
GROW a faithful audience
CREATE a beautiful lay-out
or FIX a broken script
it turns to BOB DEN OTTER
Door zijn prijswinnende weblog, Mijn Kop Thee, zijn veel gedownloade weblogtool Pivot, omkat-award-winnende designs, pragmatische oplossingen, interessante artikelen voor Naar Voren en andere diensten, deelt Bob den Otter zijn creatieve principes en practische ideeën, die hem tot Neerlands' meest vertrouwde gids voor stijlvol leven hebben gemaakt.
Zijn strategische doel: het aanbieden van originele 'how-to' content en informatie aan zoveel mogelijk internetgebruikers, om 'dromers' in 'doeners' te veranderen door hen de informatie en middelen te verschaffen die ze nodig hebben voor doe-het-zelf vindingrijkheid -- de 'Bob den Otter Way'.
Bob's gevoel voor esthetiek verhindert rechtstreekse insluiting van dorre onpersoonlijke taal; een tekst moet motiveren, er zijn immers een ton aan ideeën te realiseren.
Binnen korte tijd heeft de weblogtool Pivot een grote populariteit opgebouwd, waaruit nu ook de commercieel zeer succesvolle activiteit pivothosting.nl uit is ontstaan. Een dergelijke prestatie is in het huidige ondernemersklimaat maar al te zeldzaam, een ontwikkeling waar Alt-F4.org weer een rijke voedingsbodem hoopt aan te treffen voor de uitwerking van haar doelstellingen.
Zijn weblog blijft echter z'n vlaggeschip. Ondanks de populariteit steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Goed is goed, fout is fout. Op het midden van de weg raak je minder snel de vangrail. Niet alleen is het iedere keer weer een waarlijke paradigma-shift voor interaction designers, ook vinden wij daar bijvoorbeeld wat er momenteel leeft in Casa Bob.Haarkloverijen over ambachtelijk webdevelopment zijn welhaast een automatisch gevolg van zijn 'leven in de snelle baan'. Échte ontwerpers weten dat een sierlijk, klassiek en uitgesproken woordbeeld veel belangrijker is.
Bob's positieve grondhouding bij het omzeilen van lastige obstakels is bewonderenswaardig. Het breed uitmeten van zulk (op zich logisch) menselijk falen is het gevolg van afgunst door minder bedeelden.
Reacties
Fantastisch geschreven!
Dreknek (url) - 11:37:49, 28-06-04
Jacobine!
Niet mijn commentaar - 15:51:18, 28-06-04
maar bob den otter is toch een nicht als een paard? ik begrijp al die commotie niet zo, hoor.
ubiquist (url) - 20:38:31, 28-06-04
Gemeen, ubiquist. Iedere nicht als een paard zingt immers zoals hij gebekt is.
(Zijn alle bestellingen voor de 4e juli al de deur uit?)
zutman (url) - 21:21:17, 28-06-04
die hebben we maar gecanceld, zut. duitsland heeft immers een sterker team dan we dachten.
ubiquist (url) - 22:31:30, 28-06-04
Vroeger had je buurthuizen en dorpsfeesten om voormalig waarachtig talent van dichtbij te bewonderen. Op internet is er alt-f4. Lijkt me vervelend, van die lieden die zich toch nog aan u opklauteren. Ik geef het te doen.
Hoxma (url) - 16:04:07, 29-06-04
Wilt u geen bezoekers van alt-f4 lastigvallen? Door de capriolen van u en de uwen heeft het schaftlokaal inderdaad een prima scoop gescoord, maar alt-f4 is inmiddels bij een volgend onderwerp aanbeland.
Goedemiddag.
zutman (url) - 17:16:08, 29-06-04
Volgens mij val ik louter u lastig en stel de vraag waar creativiteit eindigt en oude zure zut begint.
hoxma - 17:30:52, 29-06-04
Volgens mij stelt u helemaal geen vraag, maar beschrijft u zichzelf als iemand die een vraag over creativiteit stelt. Knap meta, en ook de rechtstreekse communicatie niet bevorderende. Enfin, dit is zinloos.
Goedemiddag.
zutman (url) - 17:55:18, 29-06-04
Om de hete brei heen draaien door iets meta te noemen en daardoor zinloos is nieuw voor mij. Of het symatisch gezien nu meta is of niet maakt niet uit. De boodschap blijft namelijk precies hetzelfde: het sprankelt hier niet en dat zal het ook nooit doen. Trouwens, als splinternieuw log mag u wel eens wat aardiger voor uw commenters zijn.
hoxma - 18:40:40, 29-06-04
Als je dan geen leven hebt, neem dan een baan ofzo!
Aad - 20:19:01, 29-06-04
hoxma schreef: "van die lieden die zich toch nog aan u opklauteren"
die zin loopt niet ofzo. ik weet het niet.
de schoonmaakploeg (url) (mail) - 23:54:25, 29-06-04
Voormalig waarachtig! Is het opklauteren hier nog niet voorbij?
Dreknek (url) - 01:48:26, 30-06-04
@de schoonmaakploeg: dat is een germanisme.
hexx - 10:15:23, 30-06-04
Ik begrijp het niet zo geloof ik.
Maar vanwaar al dit gezeik over Bob den Otter. klinkt als jaloers gezeik van een paar jaloerze pupers...
M (url) - 16:30:23, 30-06-04
vijf maanden, dat is niet niks
zutman - 17:36:24, 16-07-04
In het voorjaar van 1928 werd de Jan Nieveen in de vaart genomen, het vlaggeschip van de toenmalige scheepvaartlijn Lemmer-Amsterdam. Het schip genoot grote bekendheid, ook nadat de lijn in 1959 werd opgeheven. In een artikel in het weekblad Zuid-Friesland van 12 augustus 1987 werd de geschiedenis van het schip geschetst. Het onderstaande is een vrije bewerking van dit artikel, waarbij een aantal minder relevante passages is weggelaten.
Aan het begin van de 18e eeuw werd Lemmer dé havenplaats voor vervoer naar Amsterdam en de Zaanstreek. In 1710 vroeg de Lemster Albert Haunus vergunning aan voor een veerdienst tussen Lemmer en Amsterdam. Deze lijndienst werd onderhouden met de zogenaamde Lemster beurtschepen, houten zeilschepen die de oversteek in twaalf uur aflegden. In 1828 kwam het eerste stoomschip in de vaart, waarmee de reistijd gehalveerd werd.
In 1870 werd door de gebroeders Nieveen de NV Groninger-Lemmer Stoomboot Maatschappij opgericht. De onderneming had het tij mee en groeide voorspoedig. Toen in 1906 Harm Nieveen zijn vader opvolgde, had de maatschappij kantoren in Lemmer, Amsterdam en Groningen. Later werd ook nog een vestiging in Sneek geopend.
In 1926 besloot men tot de bouw van een nieuw schip, dat het vlaggeschip van de rederij zou moeten worden. Het moest een zo groot mogelijk laadvermogen hebben en volledig afgeladen de Lemster binnenhaven kunnen bereiken. De ontwerpers waren dus gebonden aan de drempelhoogte van de Lemster sluis. Wat betreft materialen en afwerking werden hoge eisen gesteld. Zo werd een ontwerp van een Amsterdamse scheepsbouwer afgekeurd omdat het niet luxueus genoeg was. Uiteindelijk slaagde Scheepsbouwkundig Bureau Cornelissen erin met een ontwerp te komen dat aan alle eisen voldeed en overtuigde door een sierlijk uiterlijk.
De bouw vond plaats bij scheepswerf Prins in Arnhem tegen het voor die tijd enorme bedrag van f. 140.000,-. Het schip was voorzien van een zogenaamde Schotse hogedrukketel, waarvan de keteldruk maar liefst 17 atmosfeer bedroeg. Het schip kreeg de naam Jan Nieveen, naar één van de drie broers Nieveen die in 1870 de rederij hadden opgericht. De eerste bemanning bestond uit kapitein Johannes Grijpsma, eerste stuurman Rein de Jong, tweede stuurman Schelte Rottiné, hofmeester Gerrit Visser, matroos Arie van der Meer, machinist Jan Bosma en stoker Hans Seldenthuis.
Nadat het schip op de Arnhemse werf was overgedragen aan kapitein Grijpsma en zijn bemanning, brachten zij het naar Amsterdam, naar steiger 4, de vaste aanlegplaats van de Lemmerboot. Daar werd de Jan Nieveen door directie, genodigden en personeel uitbundig verwelkomd. De volgende dag - de zaterdag voor Pasen - werd de eerste reis naar Lemmer gemaakt. Op de eerste vaart ging naast een flink aantal passagiers ook veel vracht mee. Deze bestond grotendeels uit zakken tabak voor Douwe Egberts in Joure. Amsterdam was in die tijd de belangrijkste overslaghaven ter wereld voor koloniale producten zoals koffie, thee en tabak. Deze goederen werden opgeslagen in reusachtige vemen (loodsen) van Amsterdamse havenbedrijven, vlakbij de aanlegsteiger van de Jan Nieveen.
Begin januari, midden in de barre winter van 1929, vertoonde de gloednieuwe motor een klein mankement. De Jan Nieveen zette daarom koers naar de werf in Arnhem, waar het schip gebouwd was, om een en ander weer in orde te laten maken. Toen het schip en bemanning voor de werf waren gekomen, raakte de Nieveen vast in het pakijs. De winter was zo hardnekkig, dat de Jan Nieveen pas drie maanden later naar huis terug kon varen. In de jaren die volgden was het schip een groot commercieel succes. Het vervoer van en naar Lemmer nam toe, alhoewel de concurrentie groot was.
Na de Duitse inval in 1940 kreeg de Jan Nieveen de belangrijkste taak uit zijn bestaansperiode. Naarmate de oorlog vorderde, steeg in het westen de nood en werden de voedseltekorten, vooral in Amsterdam, onhoudbaar. De Lemmerboot was de aangewezen weg om voor gezin en kinderen aan eten te komen. Van het schip hingen nu vele mensenlevens af. Etenhalers en onderduikers, onder wie ook vele Joden, maakten vaak onder de ogen van de gehate bezetters de Ievensreddende tocht naar Friesland. Dit was allemaal mogelijk door de stille, betrouwbare en onbaatzuchtige hulp die de bemanning bood.
Ondanks de grote risico’s tengevolge van de beschietingen van het scheepvaartverkeer door geallieerde vliegtuigen, bleef de bemanning vastbesloten doorvaren. Ook nadat het schip Groningen IV (eigendom van dezelfde maatschappij) door een Engels jachtvliegtuig was beschoten - waarbij een dode viel, Jaap Stienstra uit Lemmer - zocht slechts één opvarende een veiliger baan aan wal.
De 88-jarige Amsterdammer J. C. Gerritsen heeft de Jan Nieveen vanaf het allereerste begin van nabij meegemaakt. Hij was vroeger werkzaam in de haven, die toen nog in het centrum van Amsterdam gelegen was. Gerritsen: "In de oorlog, ik was toen bootbaas bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland, werd ik “uitgeleend” aan de Amstelbrouwerij. De Amsterdamse haven lag plat, veel was door de Duitsers vernield of gestolen en zowel werkgevers als werknemers wachtten op betere tijden. Bij de Amstel brouwerij was ik verantwoordelijk voor het gehele transport van kratten en biertonnen door het hele land, dus ook naar Friesland. En een flink deel daarvan ging met de Lemmerboot."
"Tegen het einde van de oorlog werd alles krapper en begonnen de Duiters het bier voor de eigen troepen te reserveren. Toch bleef ik met genoegen de schepen beladen, omdat ze ‘goede’ Nederlanders in veiligheid brachten en voedsel uit Friesland aanvoerden. Mijn familie had dat nog meer dan vele anderen nodig, omdat mijn schoonzoon bij ons thuis ondergedoken zat. Omdat hij als onderduiker niet over bonnen beschikte, betekende dat een verschrikkelijke honger voor ons allen”. Mede door het voedsel dat via de Lemmerboten binnenkwam, wist de familie de oorlog door te komen.
Nog geen vijf maanden voor het einde van de oorlog raakte de Jan Nieveen betrokken bij een scheepsramp. Tengevolge van de verduistering, die in verband met gevaar van beschieting door vliegtuigen streng in acht werd genomen, voeren alle schepen zonder licht, terwijl bovendien op de wal ook geen lichten brandden. Onder deze omstandigheden was het op den duur welhaast onvermijdelijk dat er een ramp zou gebeuren. Dinsdagavond 8 januari 1945, op het IJsselmeer ter hoogte van Urk, ramde de Jan Nieveen bij stikdonkere nacht het schip Groningen IV van dezelfde maatschappij. Bij dat tragische ongeval vonden 14 mensen de verdrinkingsdood.
Alhoewel na de oorlog het scheepsverkeer wel weer aantrok, en het toerisme ook een positieve invloed had, bleek het tijdperk van de lijndiensten over het IJsselmeer toch ten einde te lopen. Ondanks het vervangen van de oude stoommachine door een 250 pk dieselmotor, bleek het tij niet te keren. Op 28 augustus 1959 was het zover - de Jan Nieveen ging naar de sloop. Op het laatste moment echter werd het schip gekocht door de oud-Lemster W. Tieleman. Hij liet de mast weghalen en een deksalon toevoegen en doopte het schip om tot IJsselhaven. Wegens ziekte moest hij het schip al in 1961 weer verkopen. Nieuwe eigenaar werd een bedrijf in Rotterdam, dat het schip tot 1974 als rondvaartboot in bedrijf had. Opnieuw werd het schip met sloop bedreigd, en wederom werd het op het laatste moment gered. De redder was nu de Amsterdammer Tabe Rienks, die als kind in de jaren ‘40 met de Jan Nieveen naar Friesland was gevlucht. Rienks verkocht het op zijn beurt aan een bedrijf dat er - onder de naam Wolga - twee zomers in de Biesbosch mee voer.
Een neef van de Lemster Sjoerd van Brug ontdekte het intussen zwaar verwaarloosde schip in Middelharnis. Van Brug liet samen met de heren H.J. Portijk en C. Visser het schip door de scheepvaartinspectie onderzoeken en besloot tot aankoop. Een bemanning van oudgedienden - Cor Rutten, Arnold Drenth en Cor Visser, onder leiding van kapitein Koop de Boer - bracht het schip naar een scheepswerf in Kampen voor onderhoud. Na de opknapbeurt voer het naar Lemmer waar een stormachtig onthaal met duizenden mensen wachtte. Muziekkorpsen, feestelijk versierde jachten en bootjes luisterden het geheel op.
De nieuwe eigenaren hadden het schip naar Lemmer gehaald omdat ze vonden dat het daar thuis hoorde. Winst maken was niet het eerste doel, maar de kosten van exploitatie en onderhoud waren aanzienlijk en moesten worden terugverdiend. Daartoe organiseerde men met het schip dagtochten naar onder andere Urk, Enkhuizen, Medemblik, Hoorn en Amsterdam. Daarnaast was het te huur voor reisjes met gezelschappen. Aan boord werden onderweg eenvoudige, maar smakelijke maaltijden geserveerd.
In 1986 zag de scheepsliefhebber Arthur Nikkessen het hem welbekende schip liggen in de haven van Amsterdam. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om er een bezoekje af te steken, en informeerde of het misschien te koop was. Op dat moment was het schip eigendom van Piet Burgers uit Lemmer, die in oktober 1978 alle aandelen van de Maatschappij tot Exploitatie van het Motorschip Jan Nieveen BV had overgenomen. De onderhandelingen namen enige tijd in beslag, maar in maart 1987 kwam men toch tot overeenstemming en werd Nikkessen de nieuwe eigenaar van de Jan Nieveen.
Arthur Nikkessen was ook de eigenaar van het partyschip Columbus, dat in 1980 en '85 had gediend als hoofdkwartier annex restaurant voor het organisatiecomité van het zeilspektakel 'Sail'. Hij was zijn loopbaan begonnen aan boord van het luxe passagiersschip De Oranje, het toenmalige vlaggeschip van de bekende Stoomvaart Maatschappij Nederland. Later was hij onder meer hofmeester bij de KNSM. In 1977 kocht hij de Columbus, een uit 1910 stammende sleeptender die hij liet restaureren en ombouwen tot partyschip.
De eerste tocht die de nieuwe eigenaar met de Jan Nieveen van Lemmer naar Amsterdam aflegde, verliep moeizaam. Het vroor dat het kraakte en het IJsselmeer was zwaar bevroren. De vaargeul werd met ijsbrekers opengehouden en door deze geul voer de Jan Nieveen naar Amsterdam. Na aankomst werd het achterstallig onderhoud ter hand genomen, dat het schip in de periode tussen 1959 en de koop door Burgers had opgelopen. Met behulp van een ploeg van 20 vaklieden in bijna volcontinu dienst werd het over een periode van 6 weken grotendeels gerestaureerd. Piet Burgers was al met deze klus begonnen, maar zoveel jaren van verwaarlozing in Rotterdam, waren het schip niet ongemerkt voorbij gegaan.
Het schip heeft nu een ware metamorfose ondergaan. Met gebruik van de beste materialen is het alweer grotendeels in oude luister hersteld. De enige onderdelen die duidelijk zichtbaar gemoderniseerd zijn, zijn de toiletgroepen, die met teakhout, marmer en fraai sanitair afgewerkt zijn. Een luxe die past bij de Jan Nieveen, die nog steeds de stijl ademt van het tijdperk tussen eerste en tweede wereldoorlog, de tijd waarin de Lemmerboten op hun succesvolst waren.
Jan Nieuwveen (mail) - 21:56:45, 21-08-04
Voor de goede orde: bovenstaand artikel over het schip 'Jan Nieveen' is door betrokkene van mijn site gejat. Ik heb de redactie van deze site gemaild met het verzoek de posting te verwijderen maar enige reactie daarop is uitgebleven.
Roelof - 09:07:42, 22-11-04